**1..** Voorafgaand aan ieder agendapunt geeft de voorzitter van de commissie aan de aanwezigen, niet zijnde een lid van de commissie, gelegenheid gebruik te maken van het spreekrecht.
**2..** Na bespreking van een agendapunt door de commissie geeft de voorzitter van de commissie aan de aanwezigen, niet zijnde een lid van de commissie, wederom gelegenheid gebruik te maken van het spreekrecht.
**3..** De voorzitter kan, na reactie van de commissie en indien hij het nodig acht, het spreekrecht voor aanwezigen, niet zijnde lid van de commissie, uitbreiden met een volgende termijn.
**4..** Voor iedere spreektermijn wordt een periode van vijf minuten beschikbaar gesteld; de voorzitter is bevoegd de spreektijd per persoon te beperken indien dit noodzakelijk is met het oog op het aantal gegadigden.
**5..** Het spreekrecht geldt uitsluitend voor de op de agenda geplaatste onderwerpen.
**6..** Over het gesprokene vindt geen discussie plaats tussen de commissieleden en de aanwezigen, niet zijnde een lid van de commissie. De commissieleden en de voorzitter hebben het recht aan de spreker vragen te stellen over hetgeen hij heeft opgemerkt.
Hoofdstuk 4: › Paragraaf 2
Artikel 17
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2004