Naar hoofdinhoud

Artikel 2

voorkomen hinder en overlast

Onderdeel van Nadere regels standplaatsvergunningen 2015

2.1. De vergunninghouder dient zich, voor zover dit redelijkerwijs gevergd kan worden, in te spannen om lucht- geur- of geluidshinder voor de omgeving te voorkomen. 2.2. De vergunninghoudder dient de standplaats voor dat deze na de beëindiging van de verkoop wordt verlaten, alsmede de naaste omgeving, volledig van afval te ontdoen. 3.. Het is verboden om vanuit de standplaats gebruik te maken van luidsprekers en versterkers behoudens waar daarvoor nadere voorschriften bij de vergunning zijn opgenomen. 4.. Het is verboden om eerder van de standplaats gebruik te maken dan één uur voordat met de verkoop wordt begonnen;

Rechtspraak bij dit artikel