Indien de belanghebbende de voor de verlening van bijstand van belang zijnde gegevens of de gevorderde bewijsstukken niet, niet tijdig of onvolledig heeft verstrekt en hem dit te verwijten valt, dan wel indien de belanghebbende anderszins onvoldoende medewerking verleent, wordt het recht op bijstand voor de duur van ten hoogste acht weken opgeschort. Het bepaalde in artikel 54 van de WWB is daarbij van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 1
Artikel 9
Tijdelijke opschorting recht op bijstand
Onderdeel van Afstemmings- en handhavingsverordening Wet werk en bijstand 2007