Om in aanmerking te kunnen komen voor de in deze verordening vermelde tegemoetkomingen mag het inkomen van het huishouden, waartoe de aanvrager behoort, gedurende een periode van 3 jaar voor 1 januari van het kalenderjaar waarover wordt aangevraagd niet meer zijn dan 120% van het voor het huishouden geldende sociaal minimum en mag het huishouden maximaal beschikken over het vermogen, zoals bedoeld in artikel 34 WWB.