Naar hoofdinhoud

Artikel 3

De inkomens- en vermogenstoets

Onderdeel van Verordening minimabeleid en reductieregeling

1.. Om in aanmerking te kunnen komen voor de in deze verordening vermelde tegemoetkomingen mag het inkomen van het huishouden, waartoe de aanvrager behoort, ten tijde van de aanvraag niet meer zijn dan 120% van het voor het huishouden geldende sociaal minimum en mag het huishouden maximaal beschikken over het vermogen, zoals bedoeld in artikel 34 WWB. 2.. Bij het bepalen van het vermogen, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt het vermogen uit de eigen woning buiten beschouwing gelaten.

Rechtspraak bij dit artikel