**1..** Een raadslid, een wethouder of de burgemeester, die door de
gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van
een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan,
ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen,
heeft de plicht (om in aansluiting op de behandeling van de
lijst van ingekomen stukken of voor het sluiten van de
vergadering) verslag te doen over zaken die in het algemeen
bestuur als bedoeld aan de orde zijn geweest. Voor een door de
raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter
verwijzen naar de desbetreffende commissie.
**2..** Ieder lid van de raad kan aan een persoon, als bedoeld in het
eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het
stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 39,
zijn van overeenkomstige toepassing.
**3..** Wanneer een lid van de raad een persoon, als bedoeld in het
eerste lid, ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze
van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan
daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld
in artikel 40, zijn van overeenkomstige toepassing.
**4..** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere
organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden
heeft benoemd.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 5
Artikel 26
Verslag, verantwoording
Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Barendrecht 2014 (1e herziening)