Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 4.

Artikel 2.4.17

Loslopende honden, verboden plaatsen, identificatie

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Meerssen 2015

1.. Het is de eigenaar of houder of hij die een hond onder zijn hoede heeft verboden, die hond te laten verblijven of te laten lopen: binnen de vastgestelde bebouwde kom op de weg en buiten de bebouwde kom binnen door het college van burgemeester en wethouders aangewezen natuurgebieden, zonder dat die hond aangelijnd is; [zie bijlage uitvoeringsvoorschriften]. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelveld of speelweide of op een andere door het college van burgemeester en wethouders aangewezen plaats; [zie bijlage uitvoeringsvoorschriften]. op de weg zonder voorzien te zijn van een microchip die met een chipreader afleesbaar is dan wel van een halsband met daarop duidelijk vermeld de naam, het adres en de woonplaats van de eigenaar of houder; op de bij de halsband behorende riem dient eveneens de naam, het adres en de woonplaats van de eigenaar of houder te zijn vermeld. 2.. Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod, genoemd in het eerste lid onder a, niet geldt. 3.. De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet voor zover de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden 4.. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid.

Rechtspraak bij dit artikel