Naar hoofdinhoud
De bepalingen uit het Bor zijn erg algemeen en ruim geformuleerd. Deze beleidsruimte kan leiden tot een onwenselijke ruimtelijke situaties. De bepalingen als opgenomen in de bestemmingsstandaard gelden als uitgangspunt. Vergunningvrij zijn voor de voorgevelrooilijn in principe geen bouwwerken, geen gebouwen toegestaan, behalve tenzij de bouwhoogte niet meer is dan 1 meter. Achter de voorgevelrooilijn is een maximale hoogte voor erfafscheidingen van 2 meter toegestaan. In aanvulling op de mogelijkheden van het vergunningsvrij bouwen is een bepaling opgenomen dat erf- of perceelsafscheidingen mogen worden opgericht op percelen waar geen gebouwen staan. Bij de meeste percelen is dit al vergunningsvrij op grond van artikel 2 van Bijlage II van het Bor, behalve bij percelen die zijn aangewezen als monument. Op grond van het Burgerlijk Wetboek heeft een ieder het recht zijn perceel af te scheiden. Met deze bepaling wordt het oprichten van een erf- of perceelsafscheiding, ook bij percelen waar dit niet vergunningsvrij is, mogelijk gemaakt. Voor hoekpercelen is een uitzondering. Bij dergelijke vaak ‘open’ percelen is het wenselijk om een mogelijkheid te bieden het perceel af te scheiden. Door twee voorgevelrooilijnen zou dit met maximaal 1 meter rondom onvoldoende mogelijkheden bieden. Daarom mag vanaf 1 meter achter de voorgevel(lijn) ook een erfafscheiding van 2 meter worden opgericht. Voor erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn kan het wenselijk zijn om meer dan 1 meter hoogte toe te staan. Veiligheid kan hier een reden voor zijn. Wel moet de hogere erfafscheiding passen in het straatbeeld en mag het de verkeersveiligheid niet in gevaar brengen. Als de uiterlijke kenmerken van de omgeving en de verkeersveiligheid het toelaten, kan ook bij hoekpercelen een hekwerk van 1,5 meter voor de voorgevel worden gerealiseerd. Speelvoorzieningen kunnen vaak vergunningsvrij worden opgericht, mits passend binnen het bestemmingsplan. Naast de vergunningsvrije mogelijkheden, bestaat ook de mogelijkheid om bij eventuele andere bestemmingen openbare speelvoorzieningen op te richten. Om de veiligheid van de gebruikers te waarborgen is het vaak wenselijk deze speelplaatsen af te scheiden door middel van bijvoorbeeld hekwerk. De terreinafscheiding zorgt ook voor een beperking van overlast voor omwonenden of bijvoorbeeld weggebruikers in de buurt van de speelvoorziening. Gelet op de mogelijke omvang van een speelvoorziening, is een terreinafscheiding van maximaal 2 meter hoogte mogelijk op grond van deze beleidsregels. Voor vlaggenmasten aan de voorzijde is het wenselijk een uitzondering te maken. Deze staan juist vaak voor op percelen. Vergunningvrij kan 1 mast worden opgericht van maximaal 6 meter. Met deze afwijkingsregels kan een mast van maximaal 7 meter worden opgericht bij woningen. Er is daarnaast een aantal veel voorkomende bouwwerken (ballenvangers, ooievaarsnesten, lichtmasten bij sportvelden) waarvoor een regeling is opgenomen, nu deze soms niet in het bestemmingsplan of de beheersverordening zijn opgenomen en waar het toch wenselijk is om gemakkelijk medewerking aan te kunnen verlenen. Om te komen tot een eenduidige regeling in hele gemeente voor zwembaden, is voor zwembaden/zwemvijvers een aparte regeling opgenomen. Omdat het aanleggen van zwembaden/zwemvijvers in veel bestemmingsplannen niet geregeld is, is het wenselijk deze mogelijkheid te creëren door middel van dit beleid. De mogelijkheid geldt alleen voor grote percelen (1000m2>). Naast de omgevingsvergunning voor het afwijken bestemmingsplan op grond van dit beleid, dient voldaan te worden aan de eisen zoals neergelegd in de Provinciale Milieuverordening Utrecht als het te bebouwen perceel is gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied. Mocht toestemming nodig zijn op basis van deze verordening, dan haakt deze toestemming aan bij de omgevingsvergunning. Daarnaast dient voldaan te worden aan de bepalingen zoals neergelegd in de APV ten aanzien van geluidhinder. Voor objecten van beeldende kunst in de openbare ruimte is een regeling opgenomen. Dergelijke bouwwerken worden vaak geplaatst bij wegen, op pleinen en rotondes. Sommige bestemmingsplannen kennen (nog) geen regeling voor kunstwerken in de openbare ruimte. Omdat kunstwerken kunnen bijdragen aan de inrichting van de openbare ruimte, maakt dit beleid het plaatsen ervan mogelijk, mits geen gevaarlijke verkeerssituaties ontstaan. Ook aan het plaatsen van een object van beeldende kunst voor de voorgevelrooilijn, hebben we voorwaarden verbonden. Omdat een kunstwerk ook een bouwwerk is, zal de welstandscommissie, indien niet gelegen in een welstandsvrij gebied, in het kader van de activiteit ‘bouwen’ het kunstwerk beoordelen in relatie tot de redelijke eisen van welstand. Gemeente De Bilt heeft duurzaamheid hoog in het vaandel. Dit komt onder meer tot uiting in het ‘Convenant Duurzaam Bouwen’. Daarnaast willen we ook kleinere particuliere initiatieven die gericht zijn op duurzame energieopwekking faciliteren door hiervoor in deze beleidsregels mogelijkheden op te nemen. Uiteraard is een goede inpassing in de omgeving hierbij wel een belangrijk aandachtspunt. Bestemmingen liggen vaak strak op gevels geprojecteerd. Zeker in centrumgebieden kan dit ondernemers beperken omdat reclame-uitingen dan niet in het bestemmingsplan passen. Reclame-uitingen zijn niet altijd een bouwwerk (en daarmee vergunningplichtig) maar in veel gevallen wel. Een wildgroei aan reclame-uitingen moet voorkomen worden, maar reclame en ondernemen gaan hand in hand. De gemeente neemt daarom een afwijkingsmogelijkheid op voor reclame-uitingen. Aan de gevel mag de reclame-uiting maximaal 50 cm uitsteken vanaf de gevel. De reclame-uiting moet op de gevel van het pand bevestigd zijn, waar de reclame voor dient. Op eigen terrein mag een staande reclame-uiting worden geplaatst van maximaal 2 meter hoogte. Ook voor mensen die een beroep aan huis uitoefenen en daarvoor op grond van dit beleid een omgevingsvergunning voor nodig hebben, is een mogelijkheid gecreëerd om een (kleine) reclame-uiting te realiseren. Bij veel appartementengebouwen zien we voorzieningen voor de inzameling van afval in de openbare ruimte. Deze worden vaak mee-ontworpen bij de inrichting van die openbare ruimte. Wanneer dergelijke voorzieningen echter niet openbaar toegankelijk zijn, zijn ze vergunningplichtig. Veelal voorziet de bestemming ter plaatse niet in dergelijke bouwwerken. Met deze afwijkingsmogelijkheid kan er toch op een eenvoudige wijze worden meegewerkt aan deze voorziening. Er wordt voor de mogelijkheid van terrasschermen en parasols onderscheid gemaakt tussen enerzijds detailhandel – met ondergeschikte horeca – en anderzijds een volledige (lichte) horeca functie. Bij de eerste functie zal door het plaatsen van een scherm te veel nadruk worden gelegd op het ondergeschikte horecadeel, terwijl de hoofdfunctie detailhandel is. Schermen zijn daar dan ook niet toegestaan. Bij volledige (lichte) horecafuncties is het plaatsen van een terrasscherm toegestaan. Terrassen maken onderdeel uit van de horeca-inrichting. Vaste overkappingen zijn niet toegestaan (zoals luifels e.d.). Voor de esthetische vormgeving wordt aangesloten bij het Beeldkwaliteitsplan Bilthoven Centrum zoals dat is vastgesteld op 28 oktober 2010. Vanuit duurzaamheidsoogpunt is het plaatsen van terrasheaters uitsluitend toegestaan vanaf 1 maart tot en met 31 oktober.

Rechtspraak bij dit artikel