Het betreft hier loonkostensubsidie die verstrekt kan worden aan
personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
Participatiewet van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid niet
in staat zijn tot het verdienen van een wettelijk minimumloon, doch wel
mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben (artikel 6, eerste lid,
onderdeel e, van de Participatiewet).]
Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep
loonkostensubsidie.
Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:
een persoon moet behoren tot de doelgroep conform
artikel 7 lid 1 onderdeel a van de Participatiewet;
die persoon is tijdelijk niet in staat met voltijdse
arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen, en
die persoon heeft mogelijkheden tot
arbeidsparticipatie.
Het college kan bij de vaststelling of een persoon tot de
doelgroep loonkostensubsidie behoort zich laten adviseren door
een externe deskundige. Deze adviseur neemt daarbij de in het
tweede lid neergelegde criteria in acht.
Het college verstrekt de subsidie alleen als hierdoor de
concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en
er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.
Het college stelt de loonwaarde van een persoon vast aan de hand
van het Koninklijk Besluit Loonkostensubsidie Participatiewet
d.d. 6 oktober 2014 en de daarop gebaseerde Regeling
Loonkostensubsidie Participatiewet d.d. 10 oktober 2014.
Een deskundige adviseert het college met betrekking tot de
vaststelling van de loonwaarde van een persoon. Deze neemt
daarbij de in het vijfde lid bedoelde voorschriften in
acht.
Hoofdstuk 5.
Artikel 17
Loonkostensubsidie
Onderdeel van Re-integratie- en loonkostensubsidieverordening Participatiewet gemeente Twenterand 2015