Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren
(spreekrecht) over onderwerpen die geagendeerd
zijn.
Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken (de
inspreker), meldt dit vóór aanvang van de vergadering
aan de griffier.
De inspreker krijgt bij het agendapunt waarover hij het
het woord wil voeren, zowel in eerste als in tweede
termijn als eerste het woord. Nadat de inspreker het
woord heeft gevoerd, kunnen commissieleden vragen
stellen aan de inspreker. Na de beantwoording door de
inspreker volgt de eerste respectievelijk tweede termijn
voor de fracties en de portefeuillehouder. Interrupties
door de inspreker worden niet toegelaten.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 2.
Artikel 20.
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies gemeente Gilze en Rijen 2015