Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 3

Ondermandaat

Onderdeel van Bevoegdhedenregeling gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2012

1.. Het in het register aangeduide afdelingshoofd kan diens bevoegdheid slechts door- of ondermandateren aan de onder hem / haar ressorterende medewerkers en voor zover het register hierin voorziet. 2.. Het in het register aangeduide afdelingshoofd kan diens bevoegdheid door- of submandateren aan een ander afdelingshoofd. 3.. Van de mogelijkheid tot doormandateren als bedoeld in de leden 1 en 2 wordt geen gebruik gemaakt dan na uitdrukkelijke toestemming van de directie en na opname van deze mogelijkheid in de ondermandaatlijst. 4.. De directie stelt na diens beslissing als vermeld in het vorige lid de coördinator onverwijld hiervan in kennis teneinde dit te verwerken in de ondermandaatlijst. 5.. Het doormandateren aan een medewerker (behandelend ambtenaar) is slechts mogelijk nadat het betreffende afdelingshoofd de directie hierover heeft geadviseerd. 6.. Het afdelingshoofd ziet erop toe dat het gebruik van het verleende ondermandaat door de mandans op een correcte wijze plaatsvindt. 7.. Bij afwezigheid van het afdelingshoofd wordt deze vervangen door daartoe aangewezen afdelingshoofden.

Rechtspraak bij dit artikel