Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Voorwaarden

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag 2010

1.. Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de WWB komt in aanmerking voor de langdurigheidstoeslag de belanghebbende die gedurende een onafgebroken periode van 36 maanden aangewezen is geweest op een inkomen dat niet hoger is dan 100% van de voor hem geldende bijstandsnorm of WIJ-norm en geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de WWB. 2.. Als belanghebbende op de peildatum tussen de 21 en 27 jaar oud is, en in de referteperiode recht heeft gehad op een uitkering op basis van de WWB, wordt deze WWB-uitkering geacht een inkomensvoorziening in het kader van de WIJ te zijn geweest. 3.. Een periode van detentie wordt niet meegeteld bij het bepalen van de referteperiode. 4.. Geen recht op een langdurigheidstoeslag heeft de aanvrager die: op de peildatum of in de referteperiode een inkomen heeft (genoten) op grond van de Wet op de Studiefinanciering of de Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten; in de 12 maanden voorafgaande aan de peildatum langer dan drie maanden in het buitenland heeft verbleven; in een AWBZ-inrichting woont.

Rechtspraak bij dit artikel