(Bijlage II Bor, artikel 4, vijfde lid)
Medewerking aan de plaatsing van solitaire antenne-installaties tot 40 meter hoog wordt in beginsel niet verleend. Wanneer er argumenten zijn om wél medewerking te verlenen, bijvoorbeeld om het optimale dekkingsniveau van de kernen te kunnen garanderen of om ‘blind-spots’ (alsnog) te voorzien van optimale mobiele dekking, dat wordt op basis van maatwerk gekeken of er alsnog toepassing kan worden gegeven aan de procedure van de buitenplanse afwijkingsbevoegdheid. Bij de belangenafweging worden bij de beoordeling van de geschiktheid van de locatie alle relevante omgevingsfactoren betrokken. Daarbij zijn de openheid van het landschap en de eventuele ligging in of nabij natuurgebieden belangrijke factoren om al dan niet medewerking te verlenen.
Op grond van bijlage II, artikel 2, kunnen antenne-installatie tot bepaalde hoogtes vergunningvrij worden gerealiseerd. Het gaat daarbij om antenne-installaties op gebouwen of (andere) bouwwerken. Solitaire antenne-installaties, in de vorm van op de grond staande masten, kunnen niet zonder omgevingsvergunning van het college van burgemeester en wethouders worden gerealiseerd.
Met een buitenplanse afwijkingsbevoegdheid kan medewerking worden verleend voor een antenne-installatie tot 40 meter. Op basis van het locatiebeleid van de telecombedrijven kan de dekking in de Krimpenerwaard verzorgd worden door plaatsing van vergunningvrije antenne-installaties op gebouwen en bestaande masten (site-sharing). Als de dekking alleen optimaal gerealiseerd kan worden door de plaatsing van een solitaire mast tot 40 meter dan moet dat van geval tot geval beoordeeld worden. Uitgangspunt is dat solitaire masten met een antenne-installatie niet worden toegestaan.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.5
Antenne-installaties
Onderdeel van Beleidsregels buitenplanse afwijkingsbevoegdheid 2015, gemeente Krimpenerwaard