Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 11.

Regels persoonsgebonden budget

Onderdeel van Besluit jeugdhulp gemeente De Friese Meren 2015

1.. Een persoonsgebonden budget kan worden toegekend als naar het oordeel van het college een jeugdige en/of zijn ouders: over de bekwaamheid om zijn belangen ter zake te behartigen beschikt en op eigen kracht dan wel met hulp vanuit hun sociale netwerk dan wel een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp, in staat zijn de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te (laten) voeren; voldoende is gemotiveerd dat een individuele voorziening in natura niet passend en toereikend wordt; de kwaliteit van dienstverlening naar het oordeel van het college, voldoende gewaarborgd is. 2.. Vanaf het moment dat de zorg geleverd wordt, is de jeugdige en/of zijn ouders in de rol van opdrachtgever primair verantwoordelijk voor de kwaliteit van de geleverde zorg, samen met zijn zorgaanbieder. 3.. Een persoonsgebonden budget mag niet worden verstrekt als het gaat om een minderjarige jeugdige die een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering opgelegd heeft gekregen of wanneer een jeugdige is opgenomen in een gesloten accommodatie. 4.. Een persoonsgebonden budget wordt geweigerd als er sprake is van spoedeisende hulp.

Rechtspraak bij dit artikel