Naar hoofdinhoud

Artikel 19

Artikel 19

Onderdeel van Regeling beheer en toezicht BRP

De applicatiebeheerder voorziet in: 1.. de communicatie bij storingen in hard- en software; 2.. een logboek waarin bijzondere gebeurtenissen worden bijgehouden; 3.. de toekenning van de autorisatieniveaus voor actualiseringen aan de gegevensverwerkers, de gegevensbeheerder, de applicatiebeheerder en de informatiebeheerder op grond van een besluit van de informatiebeheerder; 4.. de bijhouding van een dossier van de autorisaties, die in overeenstemming met artikel 7 door de informatiebeheerder zijn toegekend; 5.. het testen en evalueren van nieuwe versies van het toepassingssysteem, evenals het testen en evalueren van nieuwe apparatuur; 6.. de beoordeling van de gevolgen van de installatie van nieuwe en of gewijzigde versies van het toepassingssysteem; 7.. de bijhouding van een verzameling van alle problemen en klachten, die bij het gebruik van het toepassingssysteem ontstaan; 8.. een oplossing, eventueel door inschakeling van de systeembeheerder of een derde, voor de onder 7 genoemde problemen en klachten; 9.. de voorlichting aan de alle in artikel 2 genoemde functionarissen met betrekking tot de gevolgen van een nieuwe of gewijzigde versie van het toepassingssysteem; 10.. de coördinatie van de werkzaamheden in geval van uitwijk in overleg met de systeembeheerder; 11.. de vormgeving en inhoud van documenten, die rechtstreeks aan de basisregistratie personen worden ontleend; 12.. de afhandeling van verzoeken over managementgegevens; 13.. een zo spoedig mogelijke oplossing in geval van storingen binnen het toepassingssysteem, zonodig door inschakeling van een derde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel