Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 23

Tegenprestatie

Onderdeel van De raad van de gemeente De Wolden;

1.. Het college kan onbeloonde maatschappelijk zinvolle werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die werkzaamheden: a. naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt; b. niet zijn bedoeld als re-integratieinstrument; c. worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de organisatie waarin ze worden verricht; en d. niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. 2.. De tegenprestatie wordt opgedragen voor de maximale duur van 6 maanden, voor ten minste 1 dagdeel per week; bij personen met een aanvullende uitkering die niet meer dan 50% van de normuitkering bedraagt, wordt de omvang van de tegenprestatie naar rato vastgesteld. 3.. Vrijgesteld van de plicht tot tegenprestatie is: de belanghebbende die op het moment van aanvraag voor een uitkering voor tenminste twee dagdelen per week vrijwilligerswerk verricht, waarvoor toestemming is verkregen van het college; de belanghebbende die deelneemt aan activiteiten in gevolge artikelen 10 tot en met 18; de belanghebbende die zorgtaken verricht als mantelzorger voor tenminste 1 dagdeel per week. De uren kunnen op basis van individuele omstandigheden lager vastgesteld worden; alleenstaande ouders die vrijstelling van de arbeidsplicht hebben in verband met de zorg voor (een) kind(eren) in de leeftijd tot 5 jaar; de belanghebbende die duurzaam volledig arbeidsongeschikt is; 4.. Het college bepaalt op welke wijze dient te worden aangetoond dat sprake is van een vrijstellingsgrond als bedoeld in het derde lid van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel