Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4.2

Technische maatregelen

Onderdeel van Informatiebeveiligingsbeleid 2015

1.. Er wordt alleen gewerkt met geautoriseerde versies van (legale) programmatuur. Voor alle applicaties die (voor een deel) buiten het netwerk van de gemeente Wageningen staan zijn servicepacks en (beveiligings)patches geïnstalleerd en deze worden volgens een beheerst proces doorgevoerd. Dit ligt vast in een overeenkomst. Bedrijfskritische applicaties (deels) buiten het netwerk van de gemeente Wageningen periodiek onderworpen aan een penetratietest en een scan op kwetsbaarheden. 2.. Apparatuur en andere hulpmiddelen die van belang zijn voor informatiesystemen (bijv. kabels) worden zo geplaatst en beschermd dat risico’s van schade, storing en ongeoorloofde toegang beperkt zijn. 3.. Mobiele/verwijderbare gegevensdragers, zoals mobiele telefoons, usb-opslag, tapes en Cd-rom’s, dienen goed beheerd worden indien deze gevoelige gegevens bevatten. Gevoelige gegevens hierop dienen beveiligd te zijn. 4.. De netwerkbeveiliging gaat uit van beveiliging in lagen (“layered defense, defense-in-depth”). De lagen zijn zo ontworpen dat het falen van één laag niet leidt tot het falen van het geheel. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een Demilitarised Zone (DMZ), waarbij compartimentering wordt toegepast en de verkeersstromen tussen deze compartimenten wordt beperkt tot alleen de hoogst noodzakelijke. 5.. Er zijn, indien mogelijk, maatregelen getroffen voor detectie en preventie van virussen, spyware, spam en phishing-programmatuur, ook op mobiele apparatuur. Er wordt stelselmatig gecontroleerd op de aanwezigheid van dit soort programmatuur. Dit geldt voor zowel het netwerk van de gemeente Wageningen als verkeer met informatiesystemen en apparatuur die in verbinding staat met het netwerk van de gemeente Wageningen, zoals usb-sticks. 6.. Er zijn firewalls op het netwerk van de gemeente Wageningen. Deze zijn zo geconfigureerd dat alle poorten die (in productie) niet noodzakelijk zijn worden gesloten. Er wordt gebruik gemaakt van Intrusion Detection. Bij inloggen van buitenaf wordt de verbinding en toegang tot het netwerk afgeschermd tegen indringen van buitenaf. Wijzigingen in de firewall die beperkend werken moeten van te voren aangekondigd, besproken en getest worden met betrokken functioneel applicatiebeheerders. Het netwerk wordt periodiek onderworpen aan een penetratietest en gescand op kwetsbaarheden. 7.. Het beheer en de opslag van gegevens zijn zodanig, dat het risico op verlies van informatie beperkt is. De ICT-omgeving is dubbel (gespiegeld) uitgevoerd. Minimaal iedere werkdag worden alle gemuteerde gegevens (via back-up) veiliggesteld. Daarnaast wordt ieder weekend alle gegevens veiliggesteld. Iedere maand, kwartaal en jaar worden deze backup-gegevens extern opgeslagen. Een nader aan te wijzen deel van de gebouwen is voorzien van een noodstroomvoorziening, in ieder geval de serverruimtes van de afdeling automatisering. De gemeente Wageningen gebruikt een NAS-systeem. Dit systeem bevat meerdere schijven. Als een schijf crasht neemt de “reserveschijf” de taken van de uitgevallen schijf over (RAID). Het NAS-systeem beschikt over vijf reserveschijven. Een kapotte schijf wordt volgens contract binnen 24 uur vervangen. Ook databasegegevens worden op een RAID 5 systeem opgeslagen met vergelijkbare veiligheidsmaatregelen. 8.. Voor bedrijfskritische onderdelen van de ICT-omgeving zijn er voorzieningen om interne uitwijk mogelijk te maken bij calamiteiten. Er zijn onderhoudscontracten afgesloten bij leveranciers die een snelle en goede ondersteuning bij calamiteiten garanderen. De backup-, herstel- en uitwijkconfiguratie wordt tenminste eenmaal per twaalf maanden getest op actualiteit en juiste werking. Van deze test wordt een verslag opgesteld. 9.. Gebouwen zijn beveiligd tegen inbraak. Er zijn op verschillende plekken overval alarmknoppen geplaatst. Wanneer de gebouwen niet in bedrijf zijn, is het inbraakmeldsysteem ingeschakeld. Het gebouw is opgesplitst in meerdere zones. Het uitschakelen van dit systeem is voorbehouden aan medewerkers van het team Facilitair Management, Automatisering en raadsleden (deze laatste groep alleen voor een beperkt deel van het gebouw). Inbraak- en storingsmeldingen komen binnen bij een particuliere alarmcentrale. In het geval van calamiteiten wordt de dienstdoende bode/huismeester gewaarschuwd, alsmede de surveillant van een particuliere beveiligingsdienst. In de publiekshal van het gebouw is (zichtbaar en aangekondigd) cameratoezicht. De beelden worden na 5 dagen overschreven en zijn slechts in te zien door de gebouwbeheerders. Er worden geen andere gegevens vastgelegd dat datum en tijdstip. 10.. Gebouwen zijn beveiligd tegen brand. De gebouwen van de gemeente zijn voorzien van een NEN-gecertificeerd branddetectiesysteem. Afhankelijk van de te beveiligen objecten signaleert dit systeem op basis van rook of warmte. Buiten kantooruren worden brand- en storingsmeldingen rechtstreeks gemeld aan de meldkamer van de regionale brandweer en de servicecentrale van de leverancier van het detectiesysteem. In geval van calamiteiten wordt daarnaast de bode/huismeester gewaarschuwd. Het systeem wordt maandelijks getest. Verder is het gehele gemeentehuis voorzien van kleine blusmiddelen. Deze staan aangegeven op het ontruimingsplan en worden één maal per jaar getest en onderhouden door het bedrijf dat de middelen geplaatst heeft. Op een aantal plaatsen hangen brandslangen (haspels). De ruimte waar de computerhardware (servers/patchpanel) staat is voorzien van een airco om hoge temperaturen terug te dringen. De ruimte is voorzien van een temperatuurmelder die de bode/huismeester alarmeert via een telefoonkiezer wanneer de temperatuur te hoog wordt. Eenmaal per jaar wordt een ontruiming geoefend. 11.. Fysieke documenten die gevoelige gegevens bevatten of van bedrijfskritisch belang zijn worden in beveiligde ruimtes bewaard. Dit is de archiefruimte of archiefbewaarplaats/kluis, afhankelijk van niveau van gevoeligheid of bedrijfskritisch belang. De archiefbewaarplaats voldoet aan daarvoor geldende wettelijke eisen. In geval van wateroverlast of brand bieden de deuren van de archiefbewaarplaats voldoende bescherming door een afdichtende strip die geactiveerd wordt bij oververhitting of contact met water. In geval van brand sluiten de deuren automatisch via kleefmagneten. De archiefbewaarplaats wordt ook gebruikt voor interne opslag van back-up media.

Rechtspraak bij dit artikel