Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 van de Algemene plaatselijke verordening, kan een vergunning worden ingetrokken of gewijzigd als:
veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten aanleiding geven om deze beleidsregels te herzien en de vergunning niet in overeenstemming is met de herziene beleidsregel.
de standplaats gedurende drie achtereenvolgende weken of gedurende zes maal in een kwartaal niet wordt ingenomen, gevallen van overmacht en incidentele standplaatsen uitgezonderd.