**1..** Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant.
**2..** In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald binnen welke termijn na de herplanting en op welke wijze de niet aangeslagen herplanting moet worden vervangen.
**3..** Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren aanwijzingen ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna.
**4..** Een vergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde dat niet tot vellen mag worden overgegaan en de vergunning pas van kracht wordt met ingang van de dag na de dag waarop de bezwaartermijn afloopt. Indien gedurende de bezwaartermijn een bezwaarschrift of een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, wordt de vergunning pas van kracht één week nadat op dat bezwaar of die voorlopige voorziening is beslist.
**5..** Wanneer de omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden is verleend ter uitvoering van activiteiten, die in art. 2.1 of 2.2 van de WABO staan, wordt de vergunning verleend onder de standaardvoorwaarde dat niet tot vellen mag worden overgegaan en de vergunning pas van kracht wordt met ingang van de dag waarop de omgevingsvergunning voor activiteiten in art 2.1 en 2.2 van de WABO onherroepelijk is geworden.
**6..** Het bevoegd gezag zijn bevoegd om op grond van zwaarwegende belangen en onder de voorwaarde, dat indien een plan geen doorgang vindt, er een herplantingsplicht ontstaat, af te wijken van het bepaalde in lid 5.
HOOFDSTUK 4 › AFDELING 3
Artikel 4:12a
Bijzondere vergunningsvoorschriften
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Harlingen 2015