Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 12

Citeertitel

Onderdeel van Verordening Wet inburgering gemeente Winterswijk 2009

De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering gemeente Winterswijk 2009. Aldus besloten door de raad van de gemeente Winterswijk in zijn openbare vergadering gehouden op 26 november 2009, de voorzitter, de griffier, Algemene toelichting Met ingang van 29 december 2008 is de Wet inburgering (WI) gewijzigd. Het gaat om de volgende wijzigingen: Het college van burgemeester en wethouders krijgt de bevoegdheid om aan iedere Inburgeringplichtige een inburgeringvoorziening aan te bieden. Deze wijziging heeft terugwerkende kracht tot en met 1 november 2007. Het college krijgt de mogelijkheid om een inburgeringprogramma aan te bieden dat gericht is op het staatsexamen Nederlands als tweede taal. Deze wijziging heeft terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2008. Het college krijgt de bevoegdheid om in plaats van een inburgeringvoorziening een taalkennisvoorziening aan te bieden aan een Inburgeringplichtige die een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 volgt of gaat volgen. Deze wijziging werkt terug tot en met 1 september 2008. Deze verordening Wet inburgering is aangepast aan de gewijzigde wet. In deze verordening wordt het aanbodstelsel gehandhaafd. Dit stelsel houdt in dat het college de Inburgeringplichtige een aanbod doet en de voorziening vaststelt overeenkomstig het aanbod als de Inburgeringplichtige het aanbod heeft aanvaard. Gemeenten die kiezen voor het aanbodstelsel hoeven hun verordening op dit onderdeel niet aan te passen. De WI regelt de inburgeringplicht voor in beginsel alle onderdanen van derdelanden van 16 tot 65 jaar die duurzaam in Nederland willen en mogen verblijven. Bij het invulling geven aan de inburgeringverplichting staat de eigen verantwoordelijkheid (ook in financiële zin) van de Inburgeringplichtige centraal. De Inburgeringplichtige kan naar eigen inzicht bepalen hoe hij zich wil voorbereiden op het inburgeringexamen. Aan de inburgeringverplichting is voldaan wanneer het inburgeringexamen is behaald (een resultaatsverplichting). Gemeenten krijgen in de WI een aantal belangrijke taken toebedeeld. Zo hebben gemeenten de opdracht om de inburgeringplichtigen in de gemeente goed te informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit deze wet. Daarnaast hebben gemeenten de taak aan inburgeringplichtigen die daarvoor op grond van de wet of het gemeentelijk beleid in aanmerking komen een inburgeringvoorziening aan te bieden. Een inburgeringvoorziening leidt inburgeringplichtigen toe naar het inburgeringexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal. In plaats van een inburgeringvoorziening mogen gemeenten aan inburgeringplichtigen die een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 volgen of gaan volgen een taalkennisvoorziening aanbieden. Ook moeten gemeenten de inburgeringplicht van inburgeringplichtigen handhaven. Het college moet een bestuurlijke boete opleggen als een Inburgeringplichtige zich verwijtbaar niet houdt aan de verplichtingen die voor hem gelden. In verband met deze taken draagt de WI gemeenten op om bij verordening regels te stellen over de volgende onderwerpen: Regels over de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringplichtigen, ter zake van hun rechten en plichten uit hoofde van deze wet, alsmede van het aanbod van en de toegang tot inburgeringvoorzieningen (artikel 8 WI). Regels met betrekking tot het aanbieden van inburgeringvoorzieningen of taalkennisvoorziening en over de rechten en plichten van de Inburgeringplichtige voor wie een inburgeringvoorziening of taalkennisvoorziening is vastgesteld (artikel 19, vijfde lid, en artikel 23, derde lid, WI). Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd (artikel 35 WI). Regels over de informatieverstrekking aan inburgeringplichtigen Artikel 8 WI bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt over de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringplichtigen. Het gaat dan om informatie over de rechten en plichten uit hoofde van de WI en informatie over het aanbod van inburgeringvoorzieningen en de toegang tot die voorzieningen. Regels met betrekking tot het aanbieden van inburgeringvoorzieningen Het uitgangspunt van de wet is de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringplichtige om te bepalen hoe hij zich voorbereidt op het inburgeringexamen. Gemeenten kunnen inburgeringplichtigen ondersteunen door het aanbieden van een inburgeringvoorziening of taalkennisvoorziening. Aanvankelijk konden gemeenten uitsluitend een aanbod doen aan bepaalde categorieën inburgeringplichtigen. Met ingang van 1 november 2007 kunnen gemeenten aan alle inburgeringplichtigen een aanbod doen. Gemeenten zijn wel verplicht een inburgeringvoorziening of taalkennisvoorziening aan te bieden aan alle asielgerechtigde inburgeringplichtigen (oud- en nieuwkomers) en een inburgeringvoorziening aan te bieden aan nieuw- en oudkomers die werkzaam zijn als geestelijke bedienaar (artikel 19, tweede lid, WI). Een inburgeringvoorziening leidt toe naar het inburgeringexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en omvat het eenmaal kosteloos afleggen van dat examen. De Inburgeringplichtige is verplicht een eigen bijdrage van € 270 te betalen voor de inburgeringvoorziening of taalkennisvoorziening. Een taalkennisvoorziening is gericht op de verwerving van de kennis van de Nederlands taal die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 (artikel 19, derde lid, WI). Voor asielgerechtigde inburgeringplichtigen bestaat een inburgeringvoorziening of een taalkennisvoorziening ook uit maatschappelijke begeleiding (artikel 19, zesde lid, WI). De WI draagt de gemeenteraden op om bij verordening regels te stellen met betrekking tot het aanbieden van een inburgeringvoorziening of een taalkennisvoorziening. In de wet is ook vastgelegd over welke onderwerpen in ieder geval regels moeten worden gesteld: De procedure die door het college wordt gevolgd voor het doen van een aanbod aan inburgeringplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI). De criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan inburgeringplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI). De vaststelling door het college van een passende inburgeringvoorziening of taalkennisvoorziening, met inbegrip van de totstandkoming en de samenstelling van die voorziening (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, WI). De rechten en plichten van de inburgeringplichtige voor wie een inburgeringvoorziening of taalkennisvoorziening is vastgesteld. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de inning van de eigen bijdrage door het college en de mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid, WI). Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete Artikel 35 WI draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van de bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd. Artikel 34 van de wet bepaalt het bedrag dat ten hoogste als bestuurlijke boete kan worden opgelegd. Artikelgewijze toelichting NB: In de Wet inburgering is het begrip “inburgeringvoorziening” uitgebreid met “taalkennisvoorziening”. In de hieronder staande toelichting worden beide begrippen waar mogelijk afzonderlijk genoemd. In een enkel geval wordt uit overweging van leesbaarheid het woord “voorziening” gehanteerd, waarmee zowel inburgeringvoorziening als taalkennisvoorziening wordt aangeduid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel