Het college kan aan alle inburgeringplichtigen een aanbod doen voor een inburgeringvoorziening (artikel 19, eerste lid, WI). Het college is echter verplicht een inburgeringvoorziening of een taalkennisvoorziening aan te bieden aan asielgerechtigden en een inburgeringvoorziening aan geestelijke bedienaren.
Op grond van artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI moet de gemeenteraad bij verordening regels stellen met betrekking tot de criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan inburgeringplichtigen. Dit artikel vormt de uitwerking van deze verplichting. In dit artikel wordt het college opgedragen om vast te stellen aan welke groepen inburgeringplichtigen bij voorrang een inburgeringvoorziening kan worden aangeboden. Bovendien wordt in dit artikel vastgelegd binnen welke kaders het college tot zijn keuze van doelgroepen moet komen. Het is van belang dat deze kaders (in casu het aanwijzen van groepen waaraan een inburgeringvoorziening wordt aangeboden) niet te eng te definiëren. Het college zal binnen deze kaders gedurende een aantal jaren groepen moeten kunnen aanwijzen. Het alternatief is dat de verordening op dit onderdeel steeds opnieuw moet worden gewijzigd. Een andere reden om de kaders niet te strak vast te stellen is dat gemeenten op dit moment wellicht geen duidelijk zicht hebben op de precieze omvang van bepaalde mogelijke doelgroepen (bijvoorbeeld oudkomers zonder werk of uitkering). Te strenge criteria zouden wel eens kunnen leiden tot het niet benutten van de beschikbare middelen voor het aanbieden van inburgeringvoorzieningen.
Dit artikel regelt dat de groepen die het college aanwijst bij voorrang een inburgeringvoorziening krijgen aangeboden. Dit betekent dat het college de ruimte heeft om in bepaalde gevallen ook een inburgeringvoorziening aan te bieden aan inburgeringplichtigen die niet behoren tot de groep of groepen die hij heeft aangewezen. Om te voorkomen dat inburgeringplichtigen die behoren tot de groep of groepen die het college heeft aangewezen aan deze aanwijzing een recht gaan ontlenen op het krijgen van een aanbod, bepaalt dit artikel dat het college aan de groepen die hij aanwijst een inburgeringvoorziening kan aanbieden.
Voorbeelden van criteria die in de verordening kunnen worden neergelegd en op basis waarvan het college de doelgroep(en) kan aanwijzen, zijn:
hebben van een opvoedingstaak;
hebben van een relatief korte afstand tot de arbeidsmarkt;
een wijkgerichte aanpak;
een bepaalde inkomensgrens;
het ontvangen van een bepaalde uitkering;
bevordering van emancipatie van vrouwen.
Gemeente Winterswijk had in de vorige Verordening Wet inburgering reeds een keuze gemaakt voor doelgroepen. In deze verordening is ervoor gekozen deze gemaakte keuze aan te houden. Er zijn geen redenen af te wijken van deze eerdere gemaakte keuze.
Op grond van de actieve informatieplicht van het college aan de raad (artikel 169, tweede lid, Gemeentewet) ligt het voor de hand dat het college zijn besluit aan welke groepen inburgeringplichtigen bij voorrang een aanbod zal worden gedaan ter kennisname aan de raad aanbiedt.
Hoofdstuk 5.
Artikel 3
Aanwijzen van de doelgroepen
Onderdeel van Verordening Wet inburgering gemeente Winterswijk 2009