1.Het ereburgerschap kan worden toegekend zowel aan ingezetenen als aan
niet-ingezetenen der gemeente,
wegens zeer uitzonderlijke verdiensten jegens de Zevenaarse gemeenschap,
of wegens een langdurige
nauwgezette ambtelijke dienstvervulling, gedurende welke bij herhaling
blijk is gegeven van
uitmuntende eigenschappen.
2.Als bewijs van de toekenning van het ereburgerschap wordt aan de
begiftigde een afschrift van het
raadsbesluit in de vorm van een gekalligrafeerde oorkonde uitgereikt,
vermeldende zijn of haar naam,
datum en plaats van geboorte, kwaliteit en woonplaats, alsmede de
redenen, welke tot toekenning dezer
onderscheiding hebben geleid. De uitreiking der oorkonde heeft, indien
mogelijk, plaats in een plechtige
zitting van de gemeenteraad.
3.Aan het ereburgerschap zijn geen bepaalde rechten of verplichtingen
verbonden.