1.1
Deze verordening verstaat onder de wet: de Wet werk en bijstand (Staatsblad 2003, 386).
1.2
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.
alleenstaande:
de ongehuwde die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;
b.
alleenstaande ouder:
de ongehuwde die de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;
c.
kind:
het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind;
d.
ten laste komend kind:
het kind jonger dan 18 jaar voor wie de alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op kinderbijslag kan maken;
e.
belanghebbende:
degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken;
f.
woning:
onder woning wordt mede verstaan een woonwagen en een woonschip;
g.
woonkosten:
1.indien een huurwoning wordt bewoond: de op de aanvangsdatum van het lopende huursubsidietijdvak per maand geldende huurprijs als bedoeld in de Huursubsidiewet (Hsw);
2.indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente, de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar de omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud;
3.onder zakelijke lasten wordt verstaan: de rioolrechten, de onroerende zaakbelasting (eigenaaraandeel), waterschapslasten (eigenaaraandeel) en kosten groot onderhoud
indien een woonwagen in huur dan wel in eigendom wordt bewoond, de tot een bedrag per maand herleide op 1 juli geldende woonkosten, als omschreven in artikel 5, tweede lid van de Beschikking geldelijke steun ten behoeve van het bekostigen van de bewoning van een woonwagen;
h.
woonlasten:
1.de onder g. omschreven woonkosten vermeerderd met de kosten van water en energie;
2.de kosten van kamerhuur inclusief de te betalen vergoeding voor water en energie;
3.de te betalen vergoeding voor kost en inwoning voorzover dat meer is dan de door de belastingdienst gehanteerde waarde van volle kost;
i.
netto minimumloon:
de bijstandsnorm voor gehuwden van 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar, zoals opgenomen in artikel 21 van de wet.
1.3
In deze verordening wordt gelijkgesteld met:
a.
echtgenoot: geregistreerde partner;
b.
echtgenoten: geregistreerde partners;
c.
huwelijk: geregistreerd partnerschap;
d.
gehuwd: als partner geregistreerd;
e.
gehuwde: als partner geregistreerde;
f.
gehuwden: als partners geregistreerden;
g.
echtscheiding: beëindiging van een geregistreerd partnerschap anders dan door de dood of vermissing.
1.4
Als gehuwd of als echtgenoot wordt mede aangemerkt de ongehuwde die met een ander een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte.
1.5
Als ongehuwd wordt mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij is gehuwd.
1.6
Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.
1.7
Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de belanghebbenden hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
a.
zij met elkaar gehuwd zijn geweest of in de periode van twee jaar voorafgaande aan de aanvraag van bijstand voor de verlening van bijstand als gehuwden zijn aangemerkt;
b.
uit de relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander;
c.
zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of
d.
zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding als bedoeld onder 1.6.
1.8
In deze verordening wordt verder verstaan onder:
a.
medebewoner:
degene die met de belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft in dezelfde woning, zonder dat daarbij sprake is van een gezamenlijke huishouding;
b.
onderhuurder:
medebewoner, niet zijnde een bloedverwant in de eerste graad, waarvan een vergoeding verlangd kan worden voor verleende inwoning;
c.
kostganger:
medebewoner, niet zijnde een bloedverwant in de eerste graad, waarvan een vergoeding verlangd kan worden voor verleende kost en inwoning.
1.9
Krakers worden in deze verordening aangemerkt als belanghebbenden die een woning bewonen waaraan voor hen geen woonkosten zijn verbonden.
1.10
a.
Onder schoolverlater wordt verstaan: degene die recent de deelname heeft beëindigd aan onderwijs of beroepsopleiding op grond waarvan aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van hoofdstuk II van de Wet op de studiefinanciering dan wel op kinderbijslag.
b.
Van een recente beëindiging van de deelname aan onderwijs of beroepsopleiding als bedoeld onder a. is sprake zolang nog geen periode van een half jaar is verstreken, gerekend vanaf het tijdstip van beëindiging.
c.
De periode van een half jaar bedoeld onder b. gaat in op de eerste dag van de maand waarin geen aanspraak meer bestaat op de bedoelde studiefinanciering, dan wel de eerste dag van de kalendermaand volgend op die waarin het onderwijs of de beroepsopleiding daadwerkelijk is beëindigd.
1.11
Onder verzorgingsbehoevende wordt verstaan degene die, indien hij niet bij naaste familieleden zou inwonen, zou zijn aangewezen op verzorging in een bejaardenoord of een andere inrichting ter verpleging of verzorging.
Hoofdstuk I
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening Wet werk en bijstand - toeslagen op en verlagingen van de bijstandsnorm