Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Artikel 10

Onderdeel van Beleidsregels woonruimteverdeling gemeente Houten

Speciale uitvoeringspraktijk t.a.v. urgentieaanvragen in Houten a) Urgentietoekenning bij overlastsituaties (na advies lokale Werkgroep Sociale Problemen of op voordracht woningstichting Viveste) [op basis van ‘beheerdersbelang’, artikel 2.6.3, lid 2.b sub CHuisvestingsverordening]. B&W kan vanwege het beheerdersbelang urgentie toekennen bij overlastsituaties. Hiervoor wordt advies gevraagd van de lokale Werkgroep Sociale Problemen. b) Toekenning van een van de regio afwijkend zoekprofiel bij 3- en meerpersoonshuishoudens [art. 2.5.3 lid 3Huisvestingsverordening]. B&W kent als lokaal zoekprofiel ‘eengezinswoning’ toe in plaats van het standaard zoekprofiel ‘flat vanaf de eerste woonlaag’ vanwege het ontbreken van grote flatwoningen in de woningvoorraad in Houten. In de huurwoningenvoorraad van Houten ontbreken grote flatwoningen (vanaf vier kamers). Vandaar dat twee zoekprofielen worden afgegeven. Als alleen het regionale profiel zou worden afgegeven zou dat betekenen dat urgenten met twee of meer minderjarige kinderen niet in Houten gehuisvest zouden kunnen worden. Daarom wordt bij deze urgenten het lokale zoekprofiel voor eengezinswoningen afgegeven. Wat betreft het in het zoekprofiel op te nemen woningtype wordt de volgende tabel gehanteerd: Omvang van het huishouden Woningtype in Houten 1-persoons huishouden Bovenwoning of benedenwoning of flat of beneden- of bovenmaisonnette (géén eengezinswoning) 2-persoons huishouden (zonder minderjarig kind) Bovenwoning of benedenwoning of flat of beneden- of bovenmaisonnette (géén eengezinswoning) 2-persoons huishouden (waarvan 1 minderjarig kind) Bovenwoning of benedenwoning of flat of beneden- of bovenmaisonnette (géén eengezinswoning). 3- of meerpersoons huishouden (met minderjarige kinderen) Eengezinswoning. Uitzonderingen hierop zijn: bij urgentieverklaring vanuit een inwonende situatie, komt men niet in aanmerking voor een eengezinswoning, maar uitsluitend voor (een Houtens zoekprofiel voor) een tweekamerbovenwoning, tweekamerflat of tweekamermaisonnette. De achterliggende overweging hierbij is schaarste en dat urgentie niet bedoeld is om wooncarrière te maken. Bij urgenties op basis van een maatschappelijke indicatie en bij de hardheidsclausule kunnen afwijkende zoekprofielen worden gehanteerd. In ieder geval geldt de bovenstaande tabel niet bij urgentieverklaring op basis van de bezettingsnorm. Urgentietoekenning waarbij als voorwaarde wordt gesteld dat begeleiding plaatsvindt [2.5.1 lid 3 sub B Medische indicatie en sub E Maatschappelijke indicatie] B&W kunnen bij urgentietoekenning als aanvullende voorwaarde stellen dat begeleiding door een zorgverlener plaatsvindt gedurende maximaal twee jaar. Hiervoor wordt advies gevraagd van het Sociaal Team. Indien op psychische of financiële gronden, ook bij een opeenstapeling van problemen, urgentie wordt verleend, kan op advies van de urgentiecommissie aan de urgentietoekenning de verplichting tot begeleiding door een hulpverlenende instelling worden gekoppeld. Zo kan worden voorkomen dat in de toekomst wederom problematische situaties ontstaan, zoals overlast of financiële problematiek. c) Noodsituatie buiten eigen schuld [art. 2.5.1 lid 1d Huisvestingsverordening] Een situatie waarin eigen schuld wordt aangenomen, is die waarin de huur vrijwillig of onvrijwillig is opgezegd, dan wel de huurovereenkomst door de kantonrechter is ontbonden vanwege het in gebreke blijven van de huurder. Het kan dan onder meer gaan om hennepteelt, overlast, huurschuld, opslag van brandgevaarlijke materialen of strafbare feiten die vanuit het gehuurde worden gepleegd. In een dergelijke situatie wordt geen urgentie verleend. Een andere situatie waarin sprake is van eigen schuld, is die waarbij een woningzoekende op basis van het laatste-kans-beleid op basis van artikel 2.3.1 lid 3 van de verordening een woning toegewezen heeft gekregen en wederom de woning moeten verlaten vanwege overlast of een huurschuld. Deze woningzoekende komt niet voor urgentie in aanmerking. d) Mogelijkheid medische urgentie bij inwoning [art. 2.5.1 en 5.1 Huisvestingsverordening] B&W kunnen door toepassing van de hardheidsclausule urgentie toekennen in de situatie van een inwonende woningzoekende die om medische redenen in een onhoudbare woonsituatie verkeert. De medische problematiek mag echter niet het gevolg zijn van de inwoning zelf, noch mag deze op het moment van de start van inwoning voorzienbaar worden geacht. e) Bezettingsnorm: urgentiemogelijkheid bij langdurig gebrek aan passende woonruimte [art. 2.5.1 en 5.1Huisvestingsverordening]. B&W kunnen door toepassing van de hardheidsclausule een urgentie toekennen in het geval van kamertekort na gezinsuitbreiding als gevolg waarvan langdurig sprake is van gebrek aan passende woonruimte. De achtergrond hiervan is de populariteit van Houten: zonder deze urgentiemogelijkheid zouden sommige woningzoekenden zeer lang erg krap behuisd zijn omdat ze erg lang op een meer passende eengezinswoning moeten wachten. Dit kan onder de volgende voorwaarden: er moet sprake zijn van niet passend wonen als gevolg van gezinsuitbreiding door kinderen en de woning moet minimaal vijf jaar door de hoofdbewoner worden bewoond en het voltallige gezin moet minimaal één jaar in de woning wonen, hetgeen betekent dat het minderjarige kind, of de kinderen, tenminste de leeftijd van één jaar moeten hebben bereikt. Een en ander moet blijken uit registratie in de Basisregistratie personen (BRP). In deze situatie past een zoekprofiel voor een eengezinswoning. Bij gezinshereniging wordt de situatie individueel beoordeeld. In onderstaande tabel is aangegeven wat onder passend wonen wordt verstaan (bezettingsnorm): Kamers Personen 1 1 2 1 of 2 3 1, 2, 3 of 4 4 2 of meer 5 3 of meer 6 of meer 4 of meer Hierbij geldt verder: Van deze normen kan, op advies van de woningstichting, zowel naar beneden (minder personen) als naar boven (meer personen) worden afgeweken, afhankelijk van de grootte van de kamers van de betreffende woning en omvang van het huishouden. Een kamer wordt als volwaardig beschouwd vanaf 6 m2. In de situatie dat een ouder met een minderjarige kind samenwoont, geldt dat een tweekamerwoning als passend wordt beschouwd zolang het kind nog geen twaalf jaar oud is. Als het kind twaalf jaar of ouder is, wordt een tweekamerwoning niet meer passend geacht. Het zoekprofiel is dan een 3-kamerflatwoning of 3-kamer boven- of benedenwoning. Voor een situatie waarbij twee ouders met één of twee kinderen wonen in een 2-kamerappartement, wordt er een zoekprofiel voor een 3-kamerflatwoning of 3-kamer boven- of benedenwoning toegekend. In situaties waarbij zorg is voor 3 of meer minderjarige kinderen, wordt een zoekprofiel voor een eengezinswoning toegekend. f) Overige door de woningzoekende niet te voorziene situaties Behalve de voornoemde situaties kunnen zich ook andere situaties voordoen waarin toepassing van de hardheidsclausule op haar plaats is. Het moet gaan om een acute onhoudbare en/of levensbedreigende noodsituatie, die door de woningzoekende zelf niet had kunnen worden voorzien; de problemen mogen dus niet verwijtbaar zijn aan de woningzoekende zelf.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel