**1..** Als voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 15 van de wet worden onder meer aangemerkt:
- - een schuldhulpverleningstraject op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening of de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen voor schulden;
- - het Juridisch loket voor advocaatkosten, de kosten van de eigen bijdrage rechtshulp en griffierechten;
- - een vrijstelling van het griffierecht in het bestuursrecht voor de kosten van griffierecht;
- - de aanvullende verzekering van de Collectieve Zorgverzekering Minima (CZM) bij Univé voor de belanghebbende die aanvullend (collectief) is verzekerd bij Univé voor zorgkosten;
- - de Kredietbank of een andere financiële instantie voor verhuiskosten, stofferings- en/of inrichtingskosten, duurzame gebruiksgoederen, baby-uitzet, schulden tenzij deze beleidsregels anders bepalen;
- - de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) voor kosten op dit gebied;
- - de Wet langdurige zorg (Wlz) voor zorgkosten;
- - de Zorgverzekeringswet (Zvw) voor zorgkosten;
- - de Participatiewet voor de kosten van re-integratie;
- - de Wet op de huurtoeslag (Wht) voor woonkosten;
- - het eigen sociale netwerk, voorzover het inzetten daarvan mogelijk is en redelijk is gezien de omstandigheden van de belanghebbende en de aard van de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd.
**2..** De in het eerste lid genoemde voorliggende voorzieningen betreffen geen limitatieve opsomming.