De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden, verleende (onder)volmachten of machtigingen geschiedt binnen de grenzen en met inachtneming van het ter zake geldende recht, specifiek met inachtneming van artikel 10:3 Algemene wet bestuursrecht, alsmede de geldende beleids- en uitvoeringsregels. Gedeputeerde Staten kunnen aan de in de artikelen 1, 2 en 3 genoemde functionarissen, naar aanleiding van door Dienst Regelingen van het ministerie van Economische Zaken verstrekte inlichtingen in een specifiek geval of de door Dienst Regelingen van het ministerie van Economische Zaken uitgebrachte rapportages, in aanvulling op hetgeen is vermeld in paragraaf 5 van dit besluit, nadere instructies geven omtrent de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden.