Naar hoofdinhoud
1. De voorzitter van de referendumcommissie stelt, indien er verzoeken zijn ingediend, het aantal ingediende verzoeken vast. 2. Indien er drieduizend of meer verzoeken zijn ingediend stelt de voorzitter tevens vast: het aantal geldige verzoeken, het aantal ongeldige verzoeken. 3. Ongeldig zijn de verzoeken die: zijn ingediend op een lijst die door de voorzitter van het centraal stembureau is ontvangen voordat de termijn, bedoeld in artikel 5.2, is begonnen; zijn ingediend op een lijst die door de voorzitter van de referendumcommissie is ontvangen nadat de termijn, bedoeld in artikel 5.2, is verstreken; niet zijn ingediend op een lijst als bedoeld in artikel 5.2; niet alle gegevens bevatten die op grond van artikel 5.2, tweede lid, op het formulier moeten worden geplaatst; de gegevens bevatten van een persoon die niet kiesgerechtigd is; onjuiste gegevens bevatten; afkomstig zijn van personen die meer dan één verzoek tot het houden van een referendum over dezelfde wet hebben ingediend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel