Ten aanzien van de stemming zijn de artikelen J 1, tweede tot en met vijfde lid, J 4 tot en met J 8, J 10, J 11, eerste en tweede lid, J 12 tot en met J 19, J 21 tot en met J 31 en J 35 tot en met J 38 van deKieswet van toepassing, met dien verstande dat:
in de artikelen J 5 en J 7 in plaats van «dag van de kandidaatstelling» wordt gelezen: datum van het besluit, bedoeld in artikel 7.1;
in artikel J 11, eerste lid, in plaats van «het orgaan waarvoor de verkiezing wordt gehouden» wordtgelezen: het referendum;
in artikel J 24, eerste lid, in plaats van «de verkiezing» wordt gelezen: het referendum;
in artikel J 26, eerste lid, in plaats van «de kandidaat van zijn keuze» wordt gelezen: zijn keuze inzake de wet.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 7.6