Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK XITOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING

Artikel 29Uittreding

Artikel 29Uittreding

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond

Te allen tijde kan een gemeente besluiten uit deze regeling te treden. Uittreding dient te geschieden bij besluit van het college. De uittreding treedt in werking aan het eind van het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin het uittredingsbesluit ter kennis is gebracht van het algemeen bestuur of eventueel op een later tijdstip indien een geschil over de uittreding aan de orde is. Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de berekeningswijze van de aan een uittredende gemeente toe te rekenen kosten bij uittreding en de wijze waarop deze door de uittredende gemeente worden betaald. Deze toe te rekenen kosten dienen te worden vastgesteld op basis van een advies van een externe accountant en bevatten in ieder geval de volgende elementen: eventueel nog te verrekenen bedragen, uitgaande van de bestaande systematiek voor berekening van financiële bijdrage per gemeente; kosten van de uitvoerende gemeente die redelijkerwijs zijn toe te rekenen aan de uittreding; kosten in verband met mogelijk doorlopende verplichtingen ten aanzien van aanbieders van jeugdhulp tot levering aan de uittredende gemeente; overige frictiekosten die redelijkerwijs zijn toe te rekenen aan de uittreding. Het algemeen bestuur stelt in overleg met de uittredende gemeente en in overeenstemming met de regels genoemd in het tweede lid van dit artikel, ten minste zes maanden voor het tijdstip van uittreding een regeling op met betrekking tot de gevolgen van de uittreding. Daarbij kan overeen gekomen worden dat de uittredende gemeente bepaalde verplichtingen ten opzichte van derden overneemt, ten einde de kosten van uittreding als bedoeld in het tweede lid te beperken. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt een geschil als bedoeld in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, geacht te bestaan.

Rechtspraak bij dit artikel