Indien een houder van een vergunning, zoals bedoeld in artikel 8 onder
b., het gebruik van de vergunning gedurende de periode waarvoor deze is
verleend beëindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde
gedeelten van de geheven belasting als er in die periode, na het
beëindigen van het gebruik, nog volle kalendermaanden overblijven,
tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 12,90 .