Lid 1
De aanvullende uitkering kent twee fases.
Lid 2
Gedurende de eerste fase bedraagt de aanvullende uitkering:
voor ambtenaren met een bezoldiging tot een bedrag van € 4.375,– 10% van de bezoldiging naar rato van het aantal uren dat de ambtenaar werkloos is;
voor ambtenaren met een bezoldiging vanaf € 4.375,– tot een bedrag van € 5.250,– 20% van de bezoldiging naar rato van het aantal uren dat de ambtenaar werkloos is;
voor ambtenaren met een bezoldiging vanaf € 5.250,– 30% van de bezoldiging naar rato van het aantal uren dat de ambtenaar werkloos is.
Lid 3
Gedurende de tweede fase bedraagt de aanvullende uitkering:
voor ambtenaren met een bezoldiging van € 4.375,– tot een bedrag van € 5.250,– 10% van de bezoldiging naar rato van het aantal uren dat de ambtenaar werkloos is;
voor ambtenaren met een bezoldiging van € 5.250,– tot een bedrag van € 6.560,– 20% van de bezoldiging naar rato van het aantal uren dat de ambtenaar werkloos is;
voor ambtenaren met een bezoldiging vanaf € 6.560,– 30% van de bezoldiging naar rato van het aantal uren dat de ambtenaar werkloos is.
Hoofdstuk 10d. › Paragraaf 6
Artikel 10d:26
Hoogte aanvullende uitkering bij ontslag
Onderdeel van CAR/PNUWO