Lid 1
De commissie vergadert indien de voorzitter dit nodig oordeelt op door hem te bepalen tijdstippen, doch tenminste tweemaal per jaar.
Lid 2
Voorts belegt de voorzitter een vergadering indien ten minste drie leden van de commissie hem dit schriftelijk met opgaaf van redenen verzoeken en wel uiterlijk binnen één maand na ontvangst van het verzoek.