Bij een herplaatsing zijn de volgende situaties te onderscheiden:
De functie wijzigt niet of in geringe mate of er is sprake van een sleutelfunctie:
De plaatsing is in dit geval definitief, ook als de functie op een andere plaats in de organisatie wordt ondergebracht.
Voor zover het aantal functies binnen het gewijzigde organisatieonderdeel minder bedraagt dan voorheen, wordt een plaatsingsvolgorde op basis van afspiegeling gehanteerd.
Degenen die niet via dit lid kunnen worden herplaatst, schuiven door naar de methode uitgewerkt onder b.
De functie wijzigt in overwegende mate of wordt opgeheven In dit geval vindt herplaatsing plaats in een passende dan wel geschikte functie.
Bij de plaatsing wordt rekening gehouden met de geschiktheid, opleiding en ervaring van de medewerkers. Tevens worden meegewogen de beoordelingen en de gemaakte afspraken bij de jaargesprekken.
De ambtenaar is verplicht mee te doen bij de verzameling van deze gegevens( eventueel een test). Tevens is hij verplicht een passende functie te accepteren. Als de plaatsing niet lukt is artikel 3:6 van dit statuut aan de orde.
Hoofdstuk 3:
Artikel 3:4
Uitgangspunten bij herplaatsing
Onderdeel van Sociaal statuut gemeente Bunschoten 2015