1.Onder de naam “rioolafvoerrecht” wordt op grond van het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en
onderdeel a, van de Gemeentewet, een recht geheven van de gebruiker van een eigendom van waaruit
afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt geloosd.
Met betrekking tot het recht als bedoeld in het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:
degene die naar omstandigheden beoordeeld het eigendom al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
recht of persoonlijk recht gebruikt;
b.ingeval een gedeelte van een eigendom - niet zijnde een gedeelte als bedoeld in artikel 3 - ten gebruike is
afgestaan: degene die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan.
Artikel 2
– Belastbaar feit en belastingplicht
Onderdeel van nr 04.04 Verordening op de heffing en invordering van rioolafvoerrecht 2009