De verbranding vindt plaats onder verantwoordelijkheid en continu toezicht van de eigenaar van het perceel waarop de verbranding plaatsvindt en/of de organisator van het paasvuur of diens (schriftelijk) gemachtigde.
De eigenaar van het perceel waarop de verbranding plaatsvindt en/of degene die het vuur ontsteekt is verplicht al het mogelijke te doen en na te laten dat redelijkerwijs kan worden gevraagd om letsel, gevaar, schade of hinder ten gevolge van het branden te voorkomen en/of te beperken.
De verplichtingen in lid 1 en lid 2 gelden totdat het vuur volledig is gedoofd.
Artikel 5
Toezicht
Onderdeel van Nadere regels Verbranding Afvalstoffen en Stoken op grond van artikel 5:34 Algemene Plaatselijke Verordening