Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 1.

Artikel 2.2.

Verstrekken van een nieuw persoonsgebonden budget

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Wmo 2015

1.. Op basis van artikel 3.1 van de Verordening wordt bepaald dat een persoonsgebonden budget voor een maatwerkvoorziening, zoals bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet, geacht wordt toereikend te zijn voor de aanschaf van een voorziening en het onderhoud daarvan gedurende een redelijke afschrijvingstermijn, 2.. Binnen een redelijke afschrijvingstermijn, zoals aangegeven in de toekenningbeschikking waarin het eerdere persoonsgebonden budget is verstrekt ,wordt voor dezelfde voorziening niet tweemaal een persoonsgebonden budget verstrekt. Dit geldt ook voor een financiële tegemoetkoming voor een sportvoorziening. 3.. Uitzonderingen op het gestelde in lid 2 zijn situaties waarin de beperkingen van de cliënt dusdanig zijn veranderd dat de reeds verstrekte voorziening niet meer adequaat is en een andere voorziening nodig is, tenzij de voorziening bij normaal gebruik eerder aan vervanging toe is. 4.. Als een voorziening, die aangeschaft is met een persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming, niet langer gebruikt wordt door de cliënt moet deze ingeleverd worden bij de gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel