**1..** Een persoonsgebonden budget voor een voorziening, zoals bedoeld in artikel 7.1.1 van de Verordening is gelijk aan de noodzakelijke kosten om de beperkingen op het gebied van het normale gebruik van de woning te compenseren zoals omschreven in de beschikking.
**2..** Bij aanpassingskosten hoger dan € 3.000,- wordt als uitgangspunt genomen dat verhuizing naar een geschikte woning de meest adequaat goedkoopste voorziening is; dit is een richtlijn die van geval tot geval afgewogen moet worden tegen de individuele omstandigheden;
**3..** Voor het maximum budget voor een woonvoorziening geldt als uitgangspunt een bedrag van € 45.378,-.
**4..** Voor de bepaling van de restitutie als bedoeld in artikel 7.1.1 lid 15 van de Verordening geldt als richtlijn dat deze voor het eerste jaar 100% van de meerwaarde bedraagt. In elk volgend jaar wordt dit percentage met 10 % verlaagd, daarbij geldt steeds dat het bedrag verminderd wordt met de uitgaven aan getroffen voorzieningen die voor rekening van de eigenaar van de woonruimte zijn gekomen.
**5..** Het bedrag genoemd in artikel 7.1.1 lid 15 van de Verordening is € 7.500,-.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 4.
Artikel 2.7.
Persoonsgebonden budget, drempelbedragen voor een woonvoorziening
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Wmo 2015