1.Voor zover de voorzieningen zoals opgenomen in hoofdstuk 4 van de verordening niet voldoen aan de specifieke vereisten voor de noodzakelijke ondersteuning van een individueel persoon, kan een vergoeding
voor een andere noodzakelijk geachte re-integratievoorziening worden verstrekt.
2.De voorziening moet noodzakelijk zijn om instroom naar algemeen geaccepteerde arbeid te kunnen realiseren.
De voorziening moet aansluiten op de mogelijkheden van de persoon.
De vergoeding als genoemd in lid 1 tot en met lid 3 bedraagt maximaal € 2.700,00 per periode van twaalf maanden. Bij een periode korter dan 12 maanden wordt de vergoeding naar evenredigheid vastgesteld.
** 5. .** De hoogte van de vergoeding bedraagt maximaal € 1.500,00 en is afhankelijk van de daadwerkelijk noodzakelijk geachte kosten.
Hoofdstuk 14.
Artikel 14.
Overige re-integratievoorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels re-integratieParticipatiewet