1.Voor zover de voorzieningen zoals opgenomen in hoofdstuk 4 van de verordening niet voldoen aan de specifieke vereisten voor de noodzakelijke ondersteuning van een individueel persoon, kan een vergoeding

voor een andere noodzakelijk geachte re-integratievoorziening worden verstrekt.

2.De voorziening moet noodzakelijk zijn om instroom naar algemeen geaccepteerde arbeid te kunnen realiseren.

  • - De voorziening moet aansluiten op de mogelijkheden van de persoon.
  • - De vergoeding als genoemd in lid 1 tot en met lid 3 bedraagt maximaal € 2.700,00 per periode van twaalf maanden. Bij een periode korter dan 12 maanden wordt de vergoeding naar evenredigheid vastgesteld.

5.. De hoogte van de vergoeding bedraagt maximaal € 1.500,00 en is afhankelijk van de daadwerkelijk noodzakelijk geachte kosten.