Naar hoofdinhoud

AFDELING 3

Artikel 3:7

Inrichting terras

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Algemene plaatselijke verordening 2012

Voor het op of rond terrassen plaatsen van andere objecten dan tafels, stoelen, e.d. gelden, binnen de toegestane locaties en afmetingen van het terras, de volgende regels: Windschermen dienen te voldoen aan de navolgende voorschriften: de hoogte van een windscherm mag maximaal 1,80 meter bedragen gemeten vanaf het maaiveld; bij gevelterrassen mogen windschermen, gemeten vanuit de gevel, nooit langer zijn dan de toegestane diepte van (het) (een van de) betrokken terras(sen); windschermen dienen over de gehele lengte en vanaf een hoogte van 90 cm gemeten vanaf het maaiveld uit veiligheidsglas te bestaan; Het veiligheidsglas moet van een dusdanige transparantie zijn dat te allen tijde zichtbaar blijft wat achter deze schermen gebeurt; windschermen dienen te allen tijde volledig demontabel te zijn. Onverminderd het bepaalde in lid 2 van dit artikel gelden voor het plaatsen van windschermen in het gedeelte van de Koningstraat als bedoeld artikel 3:2, eerste lid onder b van dit besluit dat terrassen aan de voorzijde niet met windschermen mogen worden afgesloten. In afwijking van de leden1 t/m 3 mogen langs of rond terrassen op de Marsdiepstraat en Winkelcentrum “Falga” geen windschermen worden geplaatst. Voor terrasverwarming mogen uitsluitend vast gemonteerde verwarmingsunits, geplaatst tegen een onbrandbare buitengevel, worden gebruikt. De verwarmingsunits moeten zijn voorzien van een CE keurmerk. De verwarmingsunits moeten zijn voorzien van vaste gas- of elektriciteitsleidingen. De verwarmingsunits moeten op voldoende afstand worden geplaatst van brandbare zaken die zich in of tegen de buitengevel bevinden. Het gebruik van vlonders op de terrassen is niet toegestaan. Op een terras mogen uitsluitend niet permanent verankerde parasols worden geplaatst. Ankerplaatsen voor parasols dienen zodanig te zijn uitgevoerd, dat zij bij het niet aanwezig zijn van de parasols onder maaiveld liggen en verder op geen enkele wijze hinder kunnen veroorzaken voor passanten. De parasols dienen zodanig te worden uitgevoerd dat zij voor het doorlaten van hulpverleningsvoertuigen op eenvoudige wijze kunnen worden ingeklapt of verwijderd. a. het gebruik van tenten op terrassen is niet toegestaan. b. in afwijking van het gestelde onder a zijn op door het college aangewezen dagen als bedoeld in artikel 4:2 van de verordening (collectieve feestdagen) zijn pagodetenten toegestaan. De gebruikte pagodetenten dienen zodanig te zijn uitgevoerd dat zij: aan drie zijden open te zijn; en onbrandbaar zijn en bij brand niet afdruipen.”

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel