**1..** Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs,
zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, bezoekt van wie
het inkomen tezamen meer bedraagt dan € 24.750,- wordt slechts
bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die
leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 9
bepaalde afstand te boven gaan.
**2..** In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen
het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen de ouders
van een leerling die een school voor basisonderwijs bezoekt per
leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de
kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 9 bepaalde
afstand, indien het inkomen van de ouders meer bedraagt dan €
24.750,-.
**3..** De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede
lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die bij gebruik van de
OV-chipkaart of een andere binnen de gemeente geldende
OV-betaalmogelijkheid voor de in artikel 9 bepaalde afstand
redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van
openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Bij het bepalen
van de kosten wordt rekening gehouden met de kortingen die voor de
leerling binnen het systeem kunnen gelden.
**4..** Het bedrag van € 24.750,- genoemd in het eerste en tweede lid, wordt
met ingang van 1 januari 2016 jaarlijks aangepast aan de wijziging
die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers
heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en
rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste
bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde
bedrag van € 24.750,-.
**5..** Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die wegens hun
structurele lichamelijke, verstandelijke, psychische of zintuiglijke
handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan
wel vanwege een zodanige handicap niet zelfstandig van openbaar
vervoer gebruik kunnen maken.