De zittingsperiode van de voorzitter is, behoudens ingeval van tussentijdse aftreding of ontslag, gelijk aan diens zittingsperiode in het algemeen bestuur.
De voorzitter treedt als zodanig van rechtswege af zodra hij ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn.
Artikel 4.11 is van toepassing ten aanzien van de voorzitter.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.15
Zittingsduur, aftreding
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Sociale Werkvoorziening