1.De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de
belastingplicht.
2.Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het
belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het toegenomen
aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting
als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden,
nog volle kalendermaanden overblijven.
3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van
het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor
dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de
vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.
4.Belastingaanslagen van minder dan € 9,- worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin
wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen aangemerkt als één
belastingaanslag.
Artikel 9
– Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van nr 04.05 Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2009