**1.** In het uitvoeringsbesluit wordt vastgelegd welke voorzieningen
het college in ieder geval kan aanbieden alsmede de voorwaarden
die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen
nadere bepalingen zijn opgenomen.
**2.** Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die
voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan een voorziening
nadere verplichtingen verbinden.
**3.** Het college kan een voorziening beëindigen:
a. indien de persoon die aan de voorziening deelneemt
zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 10
van de wet niet nakomt;
b. indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot
de doelgroep van de wet;
c. indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid
aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze
voorziening;
d. indien naar het oordeel van het college de
voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle
arbeidsinschakeling.
**4.** Bij uitvoeringsbesluit kan het college ten aanzien van de
voorzieningen, bedoeld in de artikelen 1 tot en met 3, met
inachtneming van hetgeen daarover in het beleidsplan is
bepaalde, nadere regels stellen. Deze regels kunnen in ieder
geval betrekking hebben op:
de voorwaarden waaronder een voorziening wordt
aangeboden;
de weigeringsgronden bij het aanbieden van
voorzieningen;
de intrekking of wijziging van de subsidieverlening of
–vaststelling;
de aanvraag van en de besluitvorming over subsidies en
premies;
de betaling van subsidies en het verlenen van
voorschotten;
het vragen van een eigen bijdrage;
overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen
en het verstrekken van subsidies.
Titeldeel 1 › Paragraaf 3
Artikel 8
Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand 2007