**1..** Het lid van een commissie ontvangt voor het bijwonen van de
vergaderingen van een commissie en haar subcommissies een vergoeding
die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 14 van het
Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag
jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties wordt herzien.
**2..** Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die
als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden
als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt.
**3..** Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een
commissie
als raadslid of wethouder;
uit hoofde dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een
ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een
functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege
wordt gesubsidieerd;
als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling,
organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de
commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang
dient.
**4..** De voorzitter van de Rekenkamer ontvangt voor het bijwonen van de
vergaderingen van de Rekenkamer een vergoeding ter grootte van 1/3e
gedeelte van de in artikel 2 vermelde vergoeding voor de
werkzaamheden van een raadslid op jaarbasis en de overige externe
leden van de Rekenkamer een vergoeding ter grootte van 24% van de in
artikel 2 vermelde vergoeding voor de werkzaamheden van een raadslid
op jaarbasis.
**5..** Het college kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een
hogere vergoeding vaststellen, zulks tot ten hoogste 200% van het in
het eerste lid bedoelde bedrag van de vergoeding, ten aanzien
van
a.een lid van een commissie die op grond van zijn bijzondere
beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissievoor
deelname aan haar werkzaamheden is aangetrokken,
a. en
**b..** een lid van een commissie ten aanzien waarvan de vergoeding niet
geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de
zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te verrichten
arbeid.
hoofdstuk 4
Artikel 26
vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden