Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1.

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van VERORDENING NAAMGEVING EN NUMMERING 2015 ALPHEN AAN DEN RIJN

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Adres: door het college aan een verblijfsobject, een standplaats of een ligplaats toegekende benaming zoals bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen (BAG) bestaande uit een combinatie van de naam van een openbare ruimte, een nummeraanduiding en de naam van een woonplaats; Adresseerbaar object: een verblijfsobject, ligplaats of standplaats; Afgebakend terrein: een terrein met een kunstmatige of natuurlijke afbakening, waarop zich geen verblijfsobjecten bevinden en dat betreedbaar en afsluitbaar is. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alphen aan den Rijn; Convenant: het tussen de Minister van Infrastructuur en Milieu, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en Koninklijke PostNL B.V. gesloten Convenant inzake postcodes (zie publicatie Staatscourant 2014 Nr. 3779, 20 februari 2014) ; Ligplaats: door het college als zodanig aangewezen plaats in het water, al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, die is bestemd voor het permanent afmeren van een voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikt vaartuig zoals bedoeld in artikel 1, onder k, van de Wet BAG; Naambord: bord met een of meer door het college toegekende namen aan een woonplaats, stadsdeel, buurtcombinatie, buurt of openbare ruimte; Nevenadres: een aanvullend adres voor een verblijfsobject in het geval dat sprake is van meerdere ingangen; Nummeraanduiding: door het college als zodanig toegekende aanduiding van een verblijfsobject, een standplaats of een ligplaats zoals bedoeld in artikel 1, onder l, van de Wet BAG; Openbare ruimte: door het college als zodanig aangewezen en van een naam voorziene buitenruimte die binnen één woonplaats is gelegen zoals bedoeld in artikel 1, onder n, van de Wet BAG; Pand: kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is zoals bedoeld in artikel 1, onder o, van de Wet BAG; Rechthebbende: een ieder die krachtens eigendom of een beperkt zakelijk recht of een persoonlijk recht zodanig beschikking heeft over een onroerende zaak dat hij naar burgerlijk recht bevoegd is om in die zaak te handelen zoals in de verordening is voorgeschreven, alsmede de beheerder; Standplaats: door het college als zodanig aangewezen terrein of een gedeelte daarvan dat is bestemd voor het permanent plaatsen van een niet direct en duurzaam met de aarde verbonden en voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikte ruimte zoals bedoeld in artikel 1, onder p, van de Wet BAG; Uitvoeringsvoorschriften: nadere bepalingen inzake naamgeving en nummering (adressen); Verblijfsobject: de kleinste binnen één of meerdere panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, die onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is zoals bedoeld in artikel 1, onder q, van de Wet BAG; Wijk- en buurtindeling: een indeling van de gemeente in wijken en buurten conform de eisen die het CBS aan deze indeling verbindt; Woonplaats: door het college als zodanig aangewezen en van een naam voorzien gedeelte van het grondgebied van de gemeente zoals bedoeld in artikel 1, onder r, van de Wet BAG; De Wet: Wet basisregistraties adressen en gebouwen (Wet BAG) inwerking getreden op 1 juli 2009.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel