Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a.groepsgebouwen: gebouwen, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie en andere
recreatieve doeleinden voor groepen van meer dan 10 personen;
b.vakantie-onderkomens: woningen en andere verblijven, niet zijnde groepsgebouwen, mobiele kampeeronderkomens
of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie en
andere recreatieve doeleinden;
c.mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en soortgelijke
onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn voor dan wel gebezigd worden als verblijf
voor vakantie en andere recreatieve doeleinden;
d.niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet-zijnde
mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor
vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden
worden verhuurd dan wel te huur aangeboden;
e.vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een
jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan.
Artikel 1
– Begripsomschrijvingen
Onderdeel van nr 04.07 Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2009