Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 1.6

Subsidiabele activiteiten

Onderdeel van Bijzondere Subsidieverordening Belangenbehartiging

1.. Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor: activiteiten die erop gericht zijn om de doelgroep te informeren en voor te lichten of die erop gericht zijn om geïnformeerd te worden door de doelgroep; activiteiten die erop gericht zijn om individuele ervaringen van leden van de doelgroep in te zetten om kennis te ontwikkelen en te verspreiden; activiteiten die erop gericht zijn om beleidsparticipatie tot stand te brengen of inspraak vanuit de doelgroep te realiseren; activiteiten die erop gericht zijn om vrijwilligers te trainen en hun deskundigheid te bevorderen en de organisatie te versterken, zodat de activiteiten als bedoeld onder a, b en c kunnen worden uitgevoerd. 2.. Subsidie wordt niet verstrekt voor vaste personele kosten. Artikel 1.7 Subsidieplafond Het college kan een subsidieplafond vaststellen voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1.6 eerste lid, van deze verordening. Artikel 1.8 Verdeelsleutel subsidieplafond 1.. Als het bedrag van het subsidieplafond lager is dan de som van de maximaal toe te kennen subsidiebedragen, weigert het college alle aanvragen gedeeltelijk met een gelijk percentage. 2.. Als het bedrag van het subsidieplafond hoger is dan de som van de maximaal toe te kennen subsidiebedragen, kan het college het resterende bedrag aanwenden voor het verlenen van: periodieke of eenmalige subsidie aan een organisatie die nog niet eerder subsidie heeft aangevraagd in het kader van het doel van deze verordening, of eenmalige subsidie voor een eenmalige activiteit, gericht op innovatie en versterking van belangenbehartiging of beleidsparticipatie tot een maximum van € 10.000 per subsidie. 3.. Bij het uitoefenen van de bevoegdheid van het tweede lid, wendt het college het resterende bedrag van het subsidieplafond eerst aan voor het verlenen van periodieke subsidie als bedoeld in het tweede lid onder a. Als het resterende bedrag van het subsidieplafond lager is dan de som van de maximaal toe te kennen subsidiebedragen, weigert het college alle aanvragen gedeeltelijk met een gelijk percentage. 4.. Een subsidieaanvraag voor een periodieke of een eenmalige subsidie op grond van het tweede lid wordt gedaan vóór 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 5.. Op een aanvraag als bedoeld in het vierde lid, beslist het college vóór 1 januari van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel