Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Bijzondere subsidieverordening monumentale gebouwen, complexen en gebieden

In deze verordening wordt verstaan onder: a.. bijzondere projecten: cultuurhistorisch onderzoek in het kader van (gebiedsgerichte) herbestemmingsopgaven; b.. college: het college van burgemeester en wethouders; c.. casco: de hoofdstructuur van een pand, bestaande uit: - dragende onderdelen (funderingen, gevels, balkdragende muren, kapconstructies en balklagen); - vloeren en trappen; - binnenafwerkingen (zoals binnenpleisterwerk en gewelven); - buitenafwerkingen (schilderwerk, pleisterwerk en voegwerk); - schoorstenen, dakkapellen, kozijnen, ramen en deuren; - dakbedekkingen, goten en hemelwaterafvoeren; - rookkanalen; d.. eigenaar: onder eigenaar wordt mede verstaan: - de economisch-eigenaar; - de erfpachter; - de vruchtgebruiker; e.. haalbaarheidsonderzoek: een onderzoek naar de bouwtechnische gebreken van een te restaureren monument, dat tevens uitsluitsel geeft over de kosten van de herstelwerkzaamheden die noodzakelijk zijn om het monument in een goede bouwtechnische staat te brengen, zoals bedoeld in art. 6 van deze verordening: kleine subsidies; f.. monument: 1. een rijksmonument: pand dat is opgenomen in het Monumentenregister zoals bedoeld in art. 6 van de Monumentenwet 1988; 2. een gemeentelijk monument: pand dat is opgenomen in de gemeentelijke monumentenlijst zoals bedoeld in art. 1 van de Erfgoedverordening Amsterdam 2013; g.. monumentale gebouwen, complexen en gebieden: 1. aangewezen monumenten en/of gebouwen/complexen en/of gebieden; terreinen van archeologische betekenis, hoge archeologische waarde en/of beschermde archeologische monumenten; 2. gebouwen/complexen of gebieden die als monument geselecteerd zijn in het kader van het Monumenten Selectie Project, het Gemeentelijk Monumenten Project, de rijks en gemeentelijke top 100 na-oorlogse bouwkunst, maar nog niet zijn aangewezen; 3. karakteristieke beeldbepalende panden en panden gewaardeerd als "orde 2" zoals opgenomen op de Waarderingskaart Beschermd Stadsgezicht van stadsdeel Centrum, behorende bij de welstandsnota. h.. noodherstel: het treffen van voorzieningen aan een monument, noodzakelijk om het voortbestaan van het pand te waarborgen in de periode die vooraf gaat aan de restauratie; i.. onderhoudsplan: een door het college goedgekeurd overzicht van onderhoudswerkzaamheden die gedurende een periode van 6 jaar nodig worden geacht, teneinde het kwaliteitsniveau dat met de uitvoering van een restauratie wordt bereikt te handhaven; j.. restauratie: herstelwerkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van een monument en die het normale onderhoud te boven gaan; k.. restaurerende instelling: privaatrechtelijke rechtspersonen, die aantoonbaar zonder winstoogmerk uitsluitend de instandhouding van monumenten tot doel hebben en van wie de statuten door het college als zodanig zijn goedgekeurd. l.. stedelijke vernieuwing: de fysieke, economische en sociale aanpak van het nieuwe stedenbeleid gericht op de kwalitatieve verbetering van de woningvoorraad en de leefomgeving, waaronder ook het maatschappelijke vastgoed valt; m.. subsidiabele kosten: kosten die noodzakelijk zijn om de onderdelen van een monument of beeldbepalend pand, die monumentale of beeldbepalende waarden bezitten, op sobere en doelmatige wijze te herstellen of te conserveren; n.. toegelaten instelling: een toegelaten instelling als bedoeld in art. 70, lid 1, van de Woningwet, werkzaam in de gemeente Amsterdam; o.. werkingssfeer van het investeringsbudget stedelijke vernieuwing (ISV): het gehele gemeentelijke grondgebied.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel