In aanvulling op artikel 4.1 kan een cliënt in aanmerking komen voor aanvullende individuele ondersteuning als
er als gevolg van een beperking of dreigende beperking op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie noodzaak is tot ondersteuning bij het inzetten van de eigen kracht, het structureren en uitvoeren van praktische activiteiten en het aanleren van vaardigheden bij het regelen van het dagelijks leven, bij het aangaan of onderhouden van sociale contacten en het versterken van het sociale netwerk van de cliënt en/of bij het participeren in de samenleving. De ondersteuning kan ook nodig zijn ter ontlasting van de persoon die gebruikelijke hulp of mantelzorg levert als er daarbij sprake is van (dreigende) overbelasting, en voor het signaleren van terugval of het voorkomen van escalatie, of
er bij het functioneren van de cliënt sprake is van risico voor hemzelf of diens omgeving, of
toezicht op de cliënt nodig is.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3
Aanvullende criteria voor aanvullende individuele ondersteuning
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2015