Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.5

Aanvullende criteria voor begeleid thuis, beschermd verblijf en opvang en ondersteuning voor slachtoffers van huiselijk geweld

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2015

1.. In aanvulling op artikel 4.1 kan een cliënt in aanmerking komen voor begeleid thuis als hij: beperkt zelfredzaam is op meerdere door het college aan te wijzen leefgebieden, en een hulpvraag kan stellen en deze hulpvraag kan uitstellen, en zelfstandig kan wonen met begeleiding en deze begeleiding accepteert. 2.. In aanvulling op artikel 4.1 kan een cliënt in aanmerking komen voor beschermd verblijf als er sprake is van psychosociale problematiek, psychiatrische problematiek, verslavingsproblematiek of een licht verstandelijke beperking, dan wel een combinatie van deze problemen en hij als gevolg van deze problematiek beperkt zelfredzaam is. er sprake is van noodzaak tot bescherming van cliënt of zijn omgeving, waarbij die noodzaak direct voortkomt uit de problematiek zoals genoemd in onderdeel a, hij geen hulpvraag kan stellen of een hulpvraag niet kan uitstellen, hij niet zelfstandig kan wonen en er een noodzaak is tot 24 uurs toezicht en ondersteuning. 3.. In aanvulling op artikel 4.1 kan een slachtoffer van huiselijk geweld in aanmerking komen voor opvang inclusief bescherming en bijbehorende ondersteuning als deze slachtoffer is van geweld in huiselijke kring, en vanwege aspecten van veiligheid de woonsituatie moet verlaten, en 18 jaar of ouder is, al dan niet met kinderen, en geen mogelijkheden heeft om zelf, al dan niet met gebruikmaking van het eigen sociale netwerk of door interventie van derden een veilige woonsituatie te creëren. een slachtoffer van huiselijk geweld, waartoe ook alle leden van het gezin met hun onderlinge gezinsrelaties en patronen behoren, in aanmerking komen voor ambulante hulpverlening als het slachtoffer of de ouder met gezag of verzorger 18 jaar of ouder is, en het slachtoffer en de leden van het gezin niet in staat zijn om zelf, al dan niet met gebruikmaking van het eigen sociale netwerk of door interventie van derden een veilige situatie te creëren, en opvang niet of niet meer nodig is. 4. . Het college kan nadere regels stellen inzake toelating naar aanleiding van afspraken met andere gemeentes over wederzijdse overdracht van cliënten en inzake prioritering van doelgroepen bij de toegang tot de opvang en beschermd wonen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel